De stijgende brandstofprijzen hebben merkbare gevolgen voor het huishoudbudget van veel automobilisten in Nederland. Uit een onderzoek dat in juli werd uitgevoerd onder ruim duizend autorijders blijkt dat zij minder geld besteden aan vakanties, uitstapjes en andere activiteiten. Ook het bedrag dat zij kunnen sparen neemt bij veel deelnemers af.
Bijna een kwart van de ondervraagden ervaart veel hinder van de hogere prijzen aan de pomp. Meer dan de helft heeft er op zijn minst enige last van. Van de automobilisten die financieel worden geraakt, zegt 43 procent minder vaak uit eten te gaan. Vier op de tien besparen op vakanties en dagjes uit, terwijl drie op de tien minder uitgeven aan boodschappen. Ruim de helft geeft aan dat de brandstofkosten ten koste gaan van het spaargeld.
Wanneer de prijzen langere tijd hoog blijven, verwachten automobilisten hun auto vooral minder te gebruiken voor sociale activiteiten en uitstapjes. De gevolgen zijn volgens de ANWB met name groot voor huishoudens met een laag of middeninkomen.
De hogere kosten leiden ook tot ander reisgedrag. Een derde van de deelnemers pakt vaker de fiets. Ruim drie op de tien proberen zuiniger te rijden en meer dan twee op de tien maken minder plezierritten.
De ANWB pleit voor maatregelen die de afhankelijkheid van brandstof op langere termijn verkleinen. De belangenorganisatie wil elektrisch rijden sterker stimuleren. De aanschafprijs van een elektrische auto wordt door veel ondervraagden nog wel gezien als een belangrijke belemmering. Daarnaast vraagt de bond om de accijnskorting op brandstof, die in 2022 werd ingevoerd, te handhaven.
Volgens UnitedConsumers kostte een liter Euro95 maandag ongeveer 2,60 euro en lag de dieselprijs rond 2,56 euro. Voor het uitbreken van de oorlog met Iran, eind februari, kostte Euro95 nog minder dan 2,30 euro per liter. De olieprijzen zijn sindsdien opgelopen, mede door de blokkade van de Straat van Hormuz.
